Lesgever in de kijker: Angelo

Wie zijn de mensen die in de gevangenis ons culturele en sportieve aanbod mee vormgeven en hun kennis, ervaring en enthousiasme inzetten voor mensen in detentie? Regelmatig laten we een van onze lesgevers en begeleiders aan het woord. Deze keer maken we kennis met Angelo, vrijwilliger bij Avansa en begeleider van het teken- en schilderatelier in de gevangenis van Tongeren. Met zijn talenkennis helpt hij er niet alleen om taalbarrières te overbruggen, maar ook om verbinding te creëren binnen een bijzonder diverse groep.

 

Angelo, kan je jezelf kort voorstellen?

Ik ben vrijwilliger bij Avansa en sinds bijna twee jaar kom ik ook in de gevangenis van Tongeren. Talen zijn al heel lang een passie van mij. Na een moeilijke periode in mijn leven ben ik taallessen beginnen volgen. Dat was in het schooljaar 1988-1989. Ik combineerde die avondlessen toen met mijn werk en ben er eigenlijk nooit meer mee gestopt.

Ik begon met Europese talen, in 1999 kwam daar Arabisch bij en een twaalftal jaar geleden ook Turks. Ondertussen ken ik negen talen, de ene natuurlijk beter dan de andere. Sinds dit jaar volg ik ook gebarentaal.

 

Hoe ben je in de gevangenis van Tongeren terechtgekomen?

Via Avansa nam ik deel aan een project waarbij ik hoorde dat Ina een teken- en schilderatelier begeleidde in de gevangenis. Ik was al langer nieuwsgierig naar het gevangeniswezen en stelde voor om eens mee te gaan als vertaler.

In het begin dacht ik eigenlijk dat het me niet zou lukken, dat die omgeving misschien niets voor mij zou zijn. Maar het ging veel beter dan verwacht. Bovendien bleek mijn talenkennis erg goed van pas te komen. Een tolk wordt meestal ingezet voor één specifieke taal, terwijl hier heel veel verschillende talen worden gesproken.

 

Hoe herinner je je die eerste kennismaking met de gevangenis?

De eerste keer was onwennig. We kregen eerst een rondleiding en ik kwam terecht in een wereld die helemaal nieuw voor mij was. Je weet natuurlijk wel wat een gevangenis is, maar er zelf binnenstappen en die omgeving ervaren is toch iets anders.

 

Wat doe je precies tijdens het teken- en schilderatelier?

Het atelier vindt elke vrijdagnamiddag plaats en er kunnen acht mensen aan deelnemen. Ik begeleid het altijd samen met Ina. Zij zorgt voor de inhoudelijke voorbereiding en ik ondersteun tijdens de activiteit.

Ik vertaal waar nodig, maar probeer ook mee te zorgen voor verbinding binnen de groep. In Tongeren verblijven mensen met heel verschillende achtergronden en er worden dan ook veel talen gesproken. Als iemand ontdekt dat ik een taal spreek die hij zelf ook beheerst, merk je vaak meteen iets van herkenning. Het contact wordt gemakkelijker en er ontstaat een soort vertrouwd gevoel.

 

Was dat contact er vanaf het begin?

Nee, in het begin verliep het wat stroever. Maar gaandeweg is er vertrouwen gegroeid. Ik probeer vooral mezelf te zijn en zo oprecht mogelijk met iedereen om te gaan.

Taal helpt daarbij natuurlijk enorm. Even in je eigen taal met iemand kunnen praten, kan veel betekenen. En het werkt in twee richtingen: ik leer zelf ook voortdurend nieuwe woorden van de deelnemers. Dat is heel anders dan wat je tijdens een avondles leert. In gesprekken kom je woorden en uitdrukkingen tegen die je in een cursus niet zo snel hoort.

 

Wat haal je zelf uit dit engagement?

Als taalfanaat vind ik het natuurlijk fantastisch dat ik mijn talen kan blijven oefenen en verrijken. Maar ik haal er veel meer uit dan dat. Ik leer een heel andere kant van de maatschappij kennen en ontmoet mensen die ik anders waarschijnlijk nooit zou leren kennen.

Op een bepaalde manier geeft het mij zelf ook energie. Soms kom ik moe naar het atelier of voel ik me vooraf niet helemaal goed, en dan merk ik achteraf dat ik me net beter voel. Dat vind ik heel waardevol.

 

Wat moet je volgens jou in huis hebben om in deze context te werken?

Je moet vooral zonder vooroordelen binnenstappen. Mensen voelen het meteen als je hen met vooroordelen benadert. Dan bereik je hen niet en word je ook niet geaccepteerd.

Openheid en wederzijds respect zijn voor mij heel belangrijk. Zelf probeer ik daarnaast ook wat luchtigheid mee te brengen en de sfeer positief te houden.

 

Heb je het gevoel dat het atelier iets betekent voor de deelnemers?

Absoluut. Veel deelnemers zijn echt blij dat ze kunnen komen. Ze vertellen soms dat ze tijdens het atelier even het gevoel hebben dat ze niet in de gevangenis zitten. Ze kunnen hun gedachten verzetten en zich concentreren op iets wat ze graag doen.

Dat zie je ook tijdens het werken. Deze zomer hadden we bijvoorbeeld een groep die altijd heel rustig bezig was. Zodra het thema van die namiddag was uitgelegd, werd er nauwelijks nog gepraat. Iedereen was volledig geconcentreerd op wat hij wilde maken. Ze zaten echt even in hun eigen wereld, met hun kunst. Dat was heel mooi om te zien.

 

Zijn er nog kleine momenten die je bijblijven?

De deelnemers bedanken ons heel vaak na afloop. Bij het binnenkomen en vertrekken geven ze ons een hand. Dat lijken misschien kleine dingen, maar je voelt daardoor wel dat ze onze aanwezigheid appreciëren.

Sommige deelnemers komen misschien in eerste instantie omdat ze even uit hun cel willen zijn, terwijl anderen vanaf het begin heel gericht willen tekenen of schilderen. Maar wie voor het atelier kiest, gaat er meestal echt in op. Het is mooi om te zien hoeveel concentratie en rust er tijdens zo’n namiddag kan ontstaan.

En ondertussen blijf ik zelf ook bijleren. Niet alleen over talen, maar vooral over mensen.