Circle Singing in Wortel: ‘Fout bestaat hier niet’

Wat gebeurt er wanneer je een groep mensen in een cirkel zet en hen uitnodigt om samen klanken, ritmes en melodieën te improviseren? In de gevangenis van Wortel gingen deelnemers dit najaar aan de slag met Circle Singing. Zes sessies lang verkent begeleider Arend-Johan met hen wat er ontstaat wanneer je je stem laat horen, naar elkaar luistert en samen muziek maakt. Zonder instrumenten, zonder partituur en vooral: zonder dat het ‘juist’ of ‘mooi’ hoeft te zijn.

 

Arend-Johan, om te beginnen: hoe ben je zelf bij muziek en improvisatie terechtgekomen?

Ik speel al van jongs af aan piano. Omdat ik vroeger niet zo’n goede studiemethode had, bleef ik vaak dezelfde fouten maken. Op een bepaald moment verloor ik mijn geduld en begon ik er zelf iets van te maken dat voor mij goed genoeg klonk. Zo heb ik mezelf eigenlijk leren improviseren.

Improvisatie is sindsdien een rode draad gebleven. Niet alleen met muziek en stem, maar ook in dans en theater. Ik volgde een driejarige opleiding Afrikaanse djembe en gaf jarenlang workshops in heel Vlaanderen. Daarnaast begeleidde ik Afrikaanse dans en primitieve dansexpressie, waarbij ik improviseerde op djembe, duimpiano en met mijn stem.

Ik maakte ook deel uit van het kleine ensemble Kant, waarin we improviseerden met stem, muziek, ritme en tekst. Later werd ik muzisch vormingswerker in lagere scholen, waar ik zelf mijn lesinhoud kon ontwikkelen. Ook bij pianoconcerten die ik organiseerde, kregen improvisatie met stem en piano een belangrijke plaats.

 

Hoe kwam Circle Singing op je pad?

Tijdens een festival rond geweldloze communicatie volgde ik een sessie Corsicaanse vocale polyfonie. Daarin was enige ruimte voor improvisatie en dat sprak me erg aan. Achteraf ging ik op zoek naar een plek waar ik dat vaker kon doen. Zo kwam ik terecht bij een open sessie Circle Singing in Brussel. Ik deed mee en was meteen verk(n)ocht.

Vooral de improvisatie spreekt me aan: alles ontstaat ter plekke. Bovendien gebruik je alleen body music: je stem en je lichaam. Je hebt dus geen instrumenten nodig en kunt het in principe overal doen.

Maar het belangrijkste is misschien wat er tussen mensen gebeurt. Circle Singing kan heel snel verbinding creëren. Het brengt plezier en schoonheid, kan je zelfvertrouwen versterken en vraagt tegelijk veel concentratie. Daardoor kan het ook heel ontspannend werken.

 

Voor veel mensen is Circle Singing onbekend. Wat gebeurt er precies?

Je staat samen in een cirkel, met een dirigent in het midden. Die verzint ter plekke een korte melodie of een ritme dat telkens wordt herhaald. Zo’n herhaling noemen we een loop. De dirigent geeft die loop aan een paar mensen in de cirkel en bedenkt vervolgens andere loops voor andere groepjes.

Zo groeit geleidelijk een compositie met verschillende stemmen en ritmes. Daarbovenop kan de dirigent of iemand uit de kring improviseren. De dirigent kan de compositie ook voortdurend laten evolueren: hoger of lager zingen, bewegen, even stoppen en opnieuw beginnen, een loop veranderen…

Er zijn ontzettend veel mogelijkheden. En alles ontstaat op dat moment.

 

Hoe pak je zo’n eerste sessie aan?

Dat hangt sterk af van de groep. Meestal begin ik heel laagdrempelig, met ritme. We stappen bijvoorbeeld samen ter plaatse om een gezamenlijk ritme te vinden. Ik doe een ritme voor dat de groep als een echo herhaalt. We klappen in de handen, maar gebruiken ook andere delen van het lichaam om verschillende klanken te maken. Ook met namen kun je ritmisch spelen.

Pas daarna gaan we geleidelijk meer met de stem werken.

Er is meestal wel een plan, maar omdat we improviseren, kan een sessie uiteindelijk helemaal anders verlopen. Dat hoort erbij. De belangrijkste intentie is plezier maken, verbinding zoeken, elkaar ondersteunen en mensen uitnodigen om hun stem en fantasie te gebruiken.

 

Hoeveel vrijheid hebben de deelnemers zelf?

Bij Circle Singing bepaalt de dirigent in eerste instantie vrij veel. Zodra er iets gecreëerd is, kunnen deelnemers wel naar het midden komen om te improviseren. Dat klinkt misschien heel serieus, maar je kunt het beter zien als spelen met muziek en ritme. Je kunt luisteren, dansen, rappen, zingen of zelf een ritme maken. Het hoeft niet ‘juist’ of ‘mooi’ te zijn. Je doet wat voor jou goed voelt.

De mensen in de kring hebben ondertussen een belangrijke rol: zij proberen hun loops vast te houden en ondersteunen zo degene die improviseert.

Tijdens mijn sessies gebruik ik daarnaast ook andere vormen van muzikale co-improvisatie. Daarbij is iedereen vrij om iets toe te voegen. Dan bepaalt iedere deelnemer zelf wat hij inbrengt.

 

Je stelde Circle Singing eerder dit jaar voor tijdens een overleg bij Sport Vlaanderen. Waarom leek het je interessant om dit ook in een gevangenis uit te proberen?

Vooral omdat ik hoopte dat het verbindend zou werken. Muziek en klank kunnen een manier zijn om dingen uit te drukken waarvoor je niet altijd woorden hebt: frustraties en moeilijke gevoelens, maar evengoed aangename gevoelens.

Daarnaast kan het spelplezier een afwisseling zijn van de dagelijkse routine. Circle Singing doet een beroep op samenwerking en solidariteit. En misschien biedt het ook gewoon een moment waarop je samen iets moois kunt ervaren.

 

Intussen begeleid je een reeks in de gevangenis van Wortel. Hoe verliep de eerste kennismaking?

Niet zo eenvoudig. Het was best een uitdaging. Ik moest zoeken: wat werkt hier, binnen de mogelijkheden van deze groep? Hoe maak ik het leuk en boeiend en bied ik tegelijk voldoende uitdaging? Hoe zorg ik ervoor dat mensen betrokken blijven zonder te rigide of autoritair te worden?

Daarom besloot ik na de eerste sessie om wat meer afstand te nemen van het strikte concept van Circle Singing. Ik wil nog meer vertrekken vanuit de deelnemers zelf en het materiaal dat zij aanbrengen. Dat kan bijvoorbeeld iets zijn waarvoor ze dankbaar zijn, of iets waarnaar ze verlangen of waarop ze hopen. Met die woorden kunnen we vervolgens ritmisch aan de slag.

Improviseren betekent voor mij dus ook dat ik als begeleider mijn aanpak voortdurend aanpas aan wat een groep nodig heeft.

 

Is zingen voor veel deelnemers een drempel?

Zeker, maar dat is eigenlijk bij elke groep beginners zo. Daarom probeer ik het zo laagdrempelig mogelijk te maken. Ik oordeel niet en verbeter mensen niet. We beginnen met ritme in plaats van meteen met zingen en werken veel met echo’s, waarbij iedereen samen iets herhaalt.

Alles is bovendien een uitnodiging, geen verplichting. Ik zoek naar speelse vormen zonder dat het kinderlijk wordt. En er bestaat geen vast recept: je moet telkens opnieuw ontdekken wat voor een bepaalde groep werkt.

Inclusie is daarbij voor mij een sleutelbegrip. Hoe je ook zingt, je hoort erbij.

 

Zijn er al momenten uit de sessies in Wortel die je zijn bijgebleven?

Wat me trof, was hoe open sommige deelnemers vertelden wat hen tegenhield om mee te gaan in het spel of klanken te maken. Ze spraken over schaamte, onwennigheid of het gevoel dat ze ‘kinderachtig’ bezig waren. Ik heb expliciet mijn waardering uitgesproken voor het feit dat ze dat durfden te zeggen. Net door zulke dingen uit te spreken, kan er meer veiligheid in een groep ontstaan.

Een spelvorm uit de primitieve dansexpressie sloeg dan weer heel goed aan. Daar gingen ze helemaal in mee. Zulke momenten zijn belangrijk, omdat je daardoor ontdekt waar de openingen zitten.

 

Wat kan samen zingen volgens jou teweegbrengen, los van het muzikale?

Verbinding, samenwerking, samenhorigheid en fysiek welbevinden. Maar ook de durf om jezelf te laten horen.

Je stem laten horen betekent voor veel mensen uit hun comfortzone stappen. Mensen dragen soms het idee mee dat ze niet kunnen zingen of beter niet te luid van zich laten horen. In een zangcirkel kun je ervaren dat het niet gaat om presteren. Je kunt samen spelen, elkaar ondersteunen en opnieuw contact maken met je eigen speelsheid.

Muziek kan bovendien ruimte geven aan emoties die soms moeilijk onder woorden te brengen zijn.

 

Wat hoop je dat de deelnemers na de zes sessies meenemen?

Ik hoop vooral op een gezamenlijke herinnering aan spelplezier en ontspanning. Aan momenten waarop ze samen gespeeld hebben en samenhorigheid hebben ervaren. En misschien zelfs aan momenten van ontroering.

 

Tot slot: hoe overtuig je iemand die denkt: ‘Zingen? Niets voor mij’?

Dat zou ik net níét proberen. Iedereen mag daar op zijn eigen tempo toe komen. Of en wanneer dat gebeurt, maakt niet uit.

Het helpt vaak om te zien dat anderen het ook doen, ook mensen die aanvankelijk dezelfde twijfels hebben. Dat je mag merken dat er onnozel gedaan mag worden, dat je ‘vals’ of ‘fout’ mag zingen. Ik zal altijd blijven herhalen: ‘fout’ bestaat niet in Circle Singing.