Noem Gregory Planckaert niet zomaar een trainer: als topsportcoach zwemmen en inspanningsfysiologie begeleidt hij atleten, ook G-sporters, en ging zo al meerdere keren naar de Olympische Spelen. Hij geeft zijn eigen ervaring als trainer graag door en geeft regelmatig de Start2Coach opleiding die vanuit de Vlaamse trainersschool van Sport Vlaanderen wordt vormgegeven. Sinds kort doet hij dat ook in de gevangenissen van Antwerpen en Dendermonde.
Gregory, hoe ben je terechtgekomen bij De Rode Antraciet en hoe heb je de eerste kennismaking met de gevangenis ervaren?
“Via de Vlaamse Trainersschool kreeg ik de vraag wie het eventueel zag zitten om de Start2Coach lessen binnen de gevangenis te komen geven. De kennismaking ging vrij vlot voor mij, in de zin dat ik er met een open blik naartoe ben gegaan. Ik had ook het geluk dat ik Ellis* had om me snel wegwijs te maken in Dendermonde. In Antwerpen was dat Thomas**. Ik was vrij snel gerustgesteld, na vijf minuten had ik al hetzelfde gevoel als bij een andere organisatie waar ik lesgeef. Al bij al is het dus vrij vlekkeloos verlopen voor mij!”
Welke lessen geef je precies in de gevangenis?
“Da’s de Start2Coach-opleiding die we een stukje vanuit het theoretische en een stukje vanuit het praktische aanbieden.”
En wat houdt dat dan precies in, Start2Coach? Wat zijn mensen in detentie daarmee?
“In de opleiding Start2Coach leer je de grondbeginselen van wat het inhoudt om een goede trainer te zijn. We benaderen dat op heel veel verschillende vlakken. Een belangrijk onderdeel is het preventieve. Dat gaat over veiligheid op verschillende vlakken: blessures voorkomen, maar ook op een veilige manier zichzelf kunnen zijn. Een tweede belangrijk onderdeel is voor een groep staan: waar houd je rekening mee als je iets demonstreert, hoe coach je sporters, hoe kan je ze motiveren? Het is in feite een heel breed kader waarbij we een waaier aan instrumenten geven zodat dat de coaches er nadien meteen mee aan de slag kunnen.”***
Hoe verliep het eerste contact met de mensen in detentie? Was er meteen een klik of was het wat zoeken?
“Voor mij was er wel meteen een klik, en ik denk dat die wederzijds was. Ik heb mijn achtergrond binnen de sport een beetje toegelicht en ze hebben zelf hun verhaal kunnen doen: waar hun interesses liggen binnen de sport, wat ze eventueel zelf doen of gedaan hebben binnen de sport, … Mijn sterkte is dat ik van heel veel sporten toch wel wat weet, zodanig dat ik iedereen wel bij de lessen kan betrekken.”
Wat is voor jou het grootste verschil tussen lesgeven buiten en binnen de gevangenis?
“In Antwerpen was ik wel voor een stuk beperkt in mijn bewegingsvrijheid: ik beschikte over een klein leslokaaltje waar het niet altijd even eenvoudig was om de praktijk toe te passen. Maar goed, dan is het aan mij om wat te zoeken en uiteindelijk is dat zeker gelukt, bijvoorbeeld tijdens de praktijklessen die buiten doorgingen, op de koer. In de nieuwe gevangenis van Dendermonde zat ik dan meer in een luxe-situatie, een gloednieuwe sporthal waar ik zelfs niet altijd over beschik op een externe locatie. Dus dat was wel top daar.”
Wat haal je zelf uit het geven van deze lessen? Wat is je motivatie?
“Met de ervaring die ik ondertussen zelf in de sportwereld heb opgebouwd, zowel met meer recreatieve sporters als echte topsporters, vind ik het belangrijk om mijn ervaring door te geven aan zoveel mogelijk mensen die actief willen zijn binnen de sport, als trainer. We kijken vaak enkel naar die topcoaches, maar volgens mij begint het al bij de startende sporter. Bij de kleintjes, op het moment dat ze puberen, op momenten dat ze het moeilijk hebben en dreigen af te haken. Dan hebben we ook heel goeie coaches nodig. Om die ervaring door te geven en om ze warm te maken. Want volgens mij kunnen goeie coaches op ieder niveau ervoor zorgen dat je het beste uit sporters kan halen.”
Wat vind je het meest uitdagende aan je job?
“Het meest uitdagende vind ik dat je met niveauverschillen zit, waarbij je het boeiend wil houden voor de ‘snellere’ deelnemers, maar het ook verstaanbaar wil maken voor zij die het moeilijker begrijpen of anderstalig zijn bijvoorbeeld. Dat vind ik het moeilijkst, maar voor mij ook het meest uitdagende. Zorgen dat ik bijvoorbeeld de fysiologie kan vertalen naar ieders niveau zodat ze er allemaal iets mee zijn.”
Welke eigenschappen moet een lesgever in de gevangenis volgens jou hebben om goed te kunnen functioneren in de context?
“Het hebben van een open vizier is voor elke lesgever belangrijk. Specifiek voor sportlesgevers zou ik zeggen: een beetje thuis zijn in verschillende sporten en verschillende benaderingen. De deelnemers komen elk met hun eigen rugzakje naar je lessen, en wij trouwens ook, en ik denk dat het wel belangrijk is om respect te hebben voor ieders mening.”
Is er een anekdote of een bepaalde interactie die je zal bijblijven van de lessen?
“In de lessenreeks in Antwerpen was er een deelnemer die het heel moeilijk had met een bepaalde scène tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs. In de eerste les ging hij daarover in discussie met de rest van de groep. Uiteindelijk heb ik die discussie voor een stukje kunnen kalmeren door te focussen op het respecteren van verschillende meningen. Met wederzijds begrip komen we het verst. Het eerste moment schrok ik wel en dacht ik: ‘wat nu?’. Maar we hebben die discussie dan toch kunnen ombuigen met de groep en ik denk dat ze daar wel iets van opgestoken hebben.”
Een goeie eerste les in groepsdynamica eigenlijk.
“Ja, het stond los van de les, maar ik vond het wel belangrijk om er ook even op in te gaan.”