Lesgever in de kijker | Kris Vandenberghe

Wie zijn de mensen die ons culturele aanbod in de gevangenissen mee vormgeven? Wie zet er expertise, kennis en vooral veel goesting in om mensen in detentie kennis te laten maken met kunst en cultuur? Regelmatig laten we een van onze lesgevers aan het woord. Deze keer: Kris Vandenberghe, die kunstateliers begeleidt in Brugge, Ieper, Kortrijk en Ruiselede.

 

Hoe ben je bij De Rode Antraciet terechtgekomen?

Mijn hele professionele carrière werk ik als artistiek begeleider en lesgever met mensen met specifieke noden, onder meer mensen met een mentale beperking, autisme of gedragsproblemen.

Ergens rond 2008 kreeg ik via een medewerker van het CAW de vraag of ik interesse had om als lesgever aan de slag te gaan in de gevangenis van Ieper. Ik besloot de uitdaging aan te gaan. Bjorn, die toen voor De Rode Antraciet actief was in Ieper, introduceerde me in de gevangenis.

 

Hoe herinner je je die eerste kennismaking met de gevangenis?

Ik was toch enigszins geïntimideerd toen ik er de eerste keer binnenkwam. De veiligheidsmaatregelen, de controles… Ik kende gevangenissen natuurlijk alleen uit films en merkte dat bepaalde elementen uit dat beeld ook echt klopten. De tralies, de gaanderijen: ik was er toch van onder de indruk.

In het begin gingen de lessen door in de kapel en bracht ik telkens al het nodige materiaal zelf mee. Dat was elke keer een heel gesleur. Later kregen we een plek in de werkplaats, in een hoekje dat gebruikt werd voor het kinderbezoek, en een kast voor ons materiaal. Later werden dat zelfs twee kasten.

Na de verbouwingen kregen we uiteindelijk een eigen lokaal. Zo zie je maar: geduld loont.

 

Welke activiteiten begeleid je?

Crea-activiteiten, al hou ik eigenlijk niet zo van die term. Ik spreek liever over een kunstatelier, omdat de focus echt op kunst ligt.

 

Hoe pak je zo’n kunstatelier aan?

Bij elke nieuwe opdracht ga ik op zoek naar de raakpunten tussen de deelnemers en kunst. Ik probeer hen het belang te laten ervaren van experimenteren met verschillende technieken en materialen.

Het onderzoeken van de mogelijkheden en beperkingen van het eigen kunnen, maar ook van technieken en materialen, staat daarbij centraal. Van daaruit kunnen deelnemers op zoek gaan naar een eigen beeldtaal of oeuvre. Die insteek is binnen een gevangenis niet anders dan erbuiten.

 

Wat is voor jou het grootste verschil tussen lesgeven binnen en buiten de gevangenis?

Binnen de gevangenis ben je uiteraard gebonden aan regels. Die beperken soms de mogelijkheden die je als lesgever kunt aanbieden om mensen zich artistiek te laten uitdrukken. Dat werken met klei bijvoorbeeld in veel gevangenissen niet kan, vind ik jammer.

Tegelijk heb ik daar door de jaren heen verandering in zien komen, mede dankzij het werk van De Rode Antraciet. Dat kan ik alleen maar toejuichen.

 

Wat haal je zelf uit dit werk?

Ik zie mezelf niet als therapeut en heb dat ook nooit gedaan. Ik ben veeleer een onderzoeker, een probeerder. Dat geldt zowel voor mijn eigen artistieke zoektocht als voor de manier waarop ik lesgeef.

Ik weet wat artistiek bezig zijn met mij heeft gedaan en nog altijd doet. In die zin besef ik dat kunst ook een therapeutische werking kan hebben. Een experimentele houding beïnvloedt bovendien hoe je in het leven staat. Je leert anders kijken en buiten de geijkte kaders denken.

Dat proberen over te brengen is een belangrijke motivatie voor mij. Als ik erin slaag om mensen warm te maken om met een open blik naar kunst te kijken, haal ik daar veel voldoening uit.

En zonder vals sentiment: iemand trots uit de les zien vertrekken met een tekening of schilderij doet ook gewoon deugd.

 

Wat is de grootste uitdaging?

Blijven doen wat ik hierboven beschrijf, is op zich al een voortdurende uitdaging. Maar als ik er één ding moet uitlichten, dan is het wellicht creatief omspringen met de beperkingen en regels binnen een gevangenis.

 

Welke eigenschappen heb je nodig om als lesgever in een gevangenis te werken?

Flexibiliteit, zonder twijfel. Daarnaast moet je respectvol omgaan met alles en iedereen. Dan krijg je doorgaans ook respect terug.

Tegelijk moet je op je strepen durven staan. Tegenover deelnemers, maar soms ook tegenover opdrachtgevers.

 

Recent werkte je in Ruiselede rond houtsculpturen. Hoe ontstond dat project?

Samen met Lien Verlinde van De Rode Antraciet werkte ik het project ‘Houtsculpturen’ uit. Het idee was om de wandeling in de gevangenis op te waarderen met kleurrijke beelden in hout, gemaakt door de deelnemers zelf.

Na het verzamelen van het nodige materiaal – lees: hout – gingen we gedurende een vijftal lessen aan de slag. Zes enthousiaste deelnemers waagden zich aan deze niet te onderschatten uitdaging.

Beeldhouwen in hout vraagt immers heel wat. De deelnemers moesten de kaptechniek onder de knie krijgen en leren om het gereedschap op de juiste manier te gebruiken. Bovendien is het fysiek behoorlijk zwaar werk.

Ook de keuze van het onderwerp was belangrijk. Voor elk blok hout zochten we naar een geschikt beeld, met afbeeldingen uit kunstboeken van hedendaagse en klassieke kunstenaars als inspiratie. Omdat we maar een beperkt aantal lessen hadden, speelde ook de tijdsdruk mee. En beeldhouwen doe je niet helemaal alleen: soms moet je samenwerken, al is het maar om de zware beelden te verplaatsen.

Tijdens een extra werkmoment besloten we de sculpturen ook kleur te geven.

 

En zo ontstond ook een link met het Cactusfestival?

Met het Brugse kunstcollectief ‘Collectief der Onbeperkten’, waar ik een beeldend atelier begeleid, maken we al enkele jaren houtsculpturen voor het Cactusfestival. Het leek ons een mooie extra motivatie voor de deelnemers in Ruiselede als ook hun werk daar een plaats zou krijgen.

Intussen staan de beelden alvast op hun plek in de gevangenis van Ruiselede. En we zijn erg tevreden met het resultaat.

Mission accomplished!