Wie zijn eigenlijk de mensen die in de gevangenis ons cultuuraanbod concreet vormgeven en al hun expertise inzetten om de creativiteit van gedetineerden te prikkelen? Regelmatig laten we een van onze cultuurlesgevers aan het woord en peilen we naar hun motivatie, hun eerste kennismaking met de gevangenis, de uitdagingen en successen. Maak kennis met Evy Kennes, vrijwillig begeleider van het creatief atelier in de gevangenis van Hasselt.
Dag Evy, hoe ben je terechtgekomen bij De Rode Antraciet?
Dat was via Avansa, zo’n 8 jaar geleden. Ze zochten een begeleider voor een teken- en schilderatelier in de gevangenis van Hasselt. Ik voelde me direct aangesproken om hierop te solliciteren. Ik was één van de weinige kandidaten – wat me best wel verwonderde!
Hoe ervoer je de eerste kennismaking met de gevangenis?
Ik herinner me die eerste keer nog heel goed: zenuwachtig, nieuwsgierig, maar met een hongerig hart. Ik weet nog heel goed hoe verschillende geuren zich meester van me maakten: eten met alle kruiden van de wereld, vlees, vis, … Maar wat me ook opviel waren de talloze metalen poorten waar we doorheen moesten. De bel om de deur te openen, het wachten tot een onzichtbare je binnenliet. Hoe je als buitenstaander ineens een andere wereld betrad waar de samenleving die we kennen niet bestaat. Iets meer dan drie uur zat ik in een andere wereld met andere wetten, andere normen en waarden. Na die eerste kennismaking kwam ik buiten met barstende hoofdpijn én een grote honger naar meer!
Hoe verliep het eerste contact met personen in detentie? Was er direct een klik of was het zoeken?
Mijn eerste contact met de deelnemers verliep heel vlot. Voor mij waren het gewoon mensen waar ik voor de eerste keer een creatief atelier aan ging geven. Voor velen van hen was het waarschijnlijk ook de allereerste keer, misschien ook de eerste keer dat ze terug iemand van buitenaf zagen. Ik was zenuwachtig maar meer omdat ik nieuwe mensen ging leren kennen en wat onzeker over mezelf was, niet over hen. Ik heb eigenlijk nooit het gevoel gehad dat een contact stroef of moeilijk was. Doordat ik een zekere aanleg heb om met mensen in gesprek te gaan, zelfs met personen die eerder ontoegankelijk zijn, had ik snel een klik en heb ik nog steeds een klik met de deelnemers. Ik benader ze dan ook als mens en niet als veroordeelde.
Wat is voor jou het grootste verschil tussen les geven buiten en binnen de gevangenis?
Het grootste verschil is uiteraard de omgeving. In de gevangenis is niets vanzelfsprekend en moet alles volgens bepaalde richtlijnen en voorzichtiger gebeuren. Ik werk er minder met vaste doelen en meer vanuit de mens zelf: Ik wil dat ze bij zichzelf te rade gaan wat ze willen doen en hoe ze het willen doen. Ik luister naar hen en kijk wat er op dat moment kan. In lessen op school ligt de nadruk vaker op het resultaat terwijl die binnen de muren vooral op het proces en het menselijke contact ligt.
En wat is hetzelfde?
Wat voor mij hetzelfde blijft is, is dat ik geloof in mensen en in hun creativiteit. Zowel binnen als buiten wil ik een veilige ruimte creëren waar mensen zichzelf mogen zijn, kunnen experimenteren en zich even gehoord voelen. De basis blijft: respect, aandacht en samen iets maken.
Wat haal je zelf uit deze job of deze specifieke context?
Ik haal hier voor mezelf vooral veel betekenis uit. De gevangenis en de mensen in detentie hebben me geleerd om trager te werken, niet alles als vanzelfsprekend te nemen. Ik doe dit vrijwilligerswerk omdat ik geloof in de kracht van mensen en van kleine momenten: een gesprek, een creatief proces, een gevoel van erkenning. Het geeft me het gevoel dat wat ik doe ertoe doet, ook al is het niet meetbaar.
Wat vind je het moeilijkste aan de job?
Het gebrek aan een mooie atelierruimte waar deelnemers zich helemaal in een andere wereld kunnen of mogen voelen. Waar ze het gevoel krijgen dat ze er zichzelf mogen zijn. Ik denk dat ik dat het moeilijkste vind, dat de mannen waar ik les aan geef in mijn huidige lokaal nog steeds niet zichzelf kunnen zijn.
Welke eigenschappen moet je als lesgever hebben om binnen deze context goed te functioneren?
Het is belangrijk dat je empathisch bent, een open geest hebt, goed kunt luisteren, grenzen kunt respecteren en bewaren en dat je flexibel bent. Wat ik ook belangrijk vind is om duidelijk en transparant te communiceren om zo vertrouwen op te bouwen, respect te geven en zo ook respect terug te krijgen. Dit geldt niet alleen voor de personen in detentie maar ook tegenover andere mensen binnen de gevangeniscontext.
Heb je het gevoel dat je met je lessen of dat cultuur in het algemeen echt iets bijdraagt aan de (huidige of toekomstige) situatie van mensen in detentie?
Ik hoop dat ik iets kan achterlaten bij hen, een herinnering aan een fijn gesprek, een fijne creatieve ervaring, een moment van erkenning… Hun situatie kan ik niet veranderen maar ik kan door mijn atelierwerking wel bijdragen aan hun welbevinden, hen even ademruimte geven en hen het gevoel geven meer te zijn dan een dossier of nummer.
Welke uitspraken, ervaringen of kleine successen zullen je zeker bijblijven?
Dat gaat van uitspraken als: ‘Ik heb twee uur het gevoel gehad dat ik niet in de gevangenis zat, dat had ik niet verwacht’ over blijken van appreciatie als: ‘Dat iemand vrijwillig les geeft aan ons, dat snap ik niet, maar ik ben wel blij’ tot het realiseren van twee geslaagde tentoonstellingen in de bibliotheken van Hasselt en Geel. Bezoekers konden niet alleen de werken van de deelnemers bewonderen maar ook luisteren naar een podcast waarin ze hun eigen verhaal vertelden aan de hand van een ‘afgevoerd’ boek uit de bibliotheek.